Esdorp

Inleiding

Bij esdorpen wordt al gauw gedacht aan gezellige Drentse brinkdorpen. In Fryslân komt dit dorpstype echter ook voor. De Friese variant van het esdorp is over het algemeen kleiner dan de Drentse. Ook het aantal dorpen dat binnen dit type valt is in Fryslân veel geringer. Qua verspreiding beperken ze zich tot de zandgronden in het oosten (rond de Burgumer Mar) en zuidoosten (Oost- en Weststellingwerf) van de provincie. Onder de rook van Oosterwolde zijn overigens ook nog kleine ‘esgehuchten’ te vinden.

Esdorpen zijn vaak gelegen op zandkoppen of op de flanken van hoge en brede zandruggen. Tot ongeveer het jaar 1000 lag waren deze hogere gronden nog omringd door natuurlijk veen. De zandruggen staken net boven het veen uit. Ergens in de 11e een 12e eeuw ontstonden de eerste esdorpen. Het aanwezige natuurlijke reliëf heeft een belangrijke rol gespeeld bij de indeling van dit type dorp. Kronkelige wegen en perceellijnen kenmerken van oudsher de structuur van de meeste esdorpen.

Historische kenmerken

Esdorpen hebben hun typologische naam te danken aan de aanwezigheid van één of meerdere gemeenschappelijke akkercomplexen. Deze zogeheten essen speelden vaak een centrale rol in de historie van dit type dorp. Op de essen werd bijvoorbeeld een deel van het voedsel voor de dorpsbevolking verbouwd. Het surplus ging naar de markt.

De esdorpen bestonden overwegend uit gemengde boerenbedrijven. Uit de beekdalen werd hooi gehaald voor het vee. Het vee was daarnaast een belangrijke leverancier van meststoffen voor de akkercomplexen. In de potstal werden toen (heide)plaggen vermengd met de keutels van het vee. Dit mengsel werd vervolgens op de bouwgronden aangebracht. De essen verkregen zo een opgehoogd esdek met een duidelijke bolling.


De bebouwing in de esdorpen lag vaak rond de es of langs (slingerende) wegen. Daarnaast was er meestal een brink in het dorp aanwezig. De brink was van oudsher het verzamelpunt van waaruit het vee richting de gemeenschappelijke weidegronden werd begeleid. Ook houtwallen, bomenlanen, iekenhiemen, hakhoutbosjes en heidepercelen passen over het algemeen bij het historische dorpsbeeld van esdorpenxen. Na de middeleeuwen kwam de plaggenbemesting op.

Hedendaags beeld

De afgelopen decennia zijn bepaalde historische kenmerken van esdorpen vervaagd of verdwenen. Doordat de essen al een poos niet meer gemeenschappelijk worden gebruikt heeft ook hier schaalvergroting opgetreden. De kleinschalige verkaveling is verwijderd en veel essen zijn grotendeels geëgaliseerd. Daarnaast zijn oude zandpaden geasfalteerd en schaapsdriften verdwenen. Toch bezitten esdorpen vaak nog bepaalde patronen die iets prijsgeven van de historische identiteit.

Huidige kenmerken:

• Een (gedeeltelijk) aanwezige ophoging op de plek van een oude es.
• Bochtige perceellijnen, al dan niet in de vorm van houtwallen.
• Verspreide bebouwing rond voormalige es(sen).
• De aanwezigheid van kleinschalige bosjes.

Voorbeelden van Friese esdorpen zijn: Zandhuizen, de oude kern van Appelscha (Hoog-Appelscha) en Jistrum.

Bespiegeling voor de toekomst

De karaktervolle esdorpen, met hun gemeenschappelijke brink en oude akkercomplexen, zijn door de jaren flink uitgedijd. Het was er té goed toeven. Maar wat als we de dorpswijken als esdorp in het klein beschouwen? Dit biedt kansen om, vanuit de gemeenschap, de nieuwe toekomst vorm te geven en verder te schrijven aan een eeuwenoud verhaal; dorpen in het klein, in een dorp in het groot; met ieder hun eigen uitstraling en kwaliteiten.

Gerelateerde dorpen en steden:

Appelscha

Jistrum

Oosterwolde

Zandhuizen